Effectiviteit van wet- en regelgeving bij duurzaamheid
Collectieve belangen zoals duurzaamheid worden niet vanzelf nagestreefd. Van oudsher sturen we dit met wet- en regelgeving en normeringen, zoals de bekende ISO-standaarden (bijvoorbeeld ISO 50001 voor energiemanagement en ISO 14001 voor milieumanagement).
Hoe effectief is dit nu eigenlijk in verhouding tot de inspanning die dit vraagt, en wat is nu de meest effectieve werkwijze? Kort door de bocht zien we dat wettelijk afgedwongen maatregelen het beste werken. Als je een bepaalde schadelijke stof niet in het milieu wilt hebben, kun je dit het beste verbieden en binnen een bepaalde industrie duidelijke afspraken maken.
In dat opzicht zijn het wereldwijd terugdringen van de gevaarlijke CFK’s om de ozonlaag te beschermen en het tegengaan van ‘zure regen’ duidelijke succesverhalen. De mens is immers innovatief genoeg om betere alternatieven te bedenken. Wie hier een positief gevoel over wil krijgen, hoeft alleen maar op te zoeken wat er de afgelopen veertig jaar is bereikt. Er is dus geen enkele reden om te denken dat we de benodigde doelen niet kunnen halen.
De hardnekkigheid van CO2-emissies en de energietransitie
CO2-emissies, oftewel de uitstoot van broeikasgassen, blijken echter hardnekkig. Dit is uiteraard in alle processen verweven en daardoor vergt het een brede betrokkenheid. Niettemin zijn ook daar enorme successen te noemen.
Als we bijvoorbeeld kijken naar de ontwikkeling van duurzame energie: in Nederland wordt nu reeds ruim 50% van de elektriciteit voorzien door duurzame bronnen. De productiekosten van duurzame energie liggen wereldwijd inmiddels veelal lager dan die van fossiele brandstoffen.
Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat dit een belangrijk keerpunt is. Ja, er zijn nog genoeg uitdagingen voor het energiesysteem om dit allemaal goed in te passen. Grofweg geldt voor Nederland dat 80% van de energievoorziening nog fossiel gedreven is, waarvan 45% uit aardgas bestaat. Dat we Russisch aardgas ingeruild hebben voor gas uit de VS maakt ons niet minder kwetsbaar. Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen is dus niet alleen een klimaatvraagstuk, maar steeds meer een strategisch vraagstuk. Het zou standaard onderdeel moeten zijn van het risicomanagement van elke onderneming.
Succesvolle sturing met de CO2-Prestatieladder en SmartTrackers (by SureSync)
Maar wat zijn nu succesvolle instrumenten om een organisatie op het pad te zetten van het sturen op dit risico? Vanuit SmartTrackers zijn we al vijftien jaar actief met onze software om bedrijven concreet gereedschap te bieden voor hun klimaat- en energiereductieprogramma. Simpelweg omdat je grote doelen stapsgewijs moet zien te bereiken en daarop continu moet reflecteren.
Daarin wil ik niet voorbijgaan aan de rol van de CO2-Prestatieladder. Zonder de CO2-Prestatieladder was het gereedschap van SmartTrackers ook niet ontwikkeld.
Uiteraard heeft elke norm zijn mitsen en maren, maar ik ken geen instrument dat zo gericht is op het behalen van concrete resultaten. Het feit dat zij het instrument ook objectief proberen te toetsen door concreet onderzoek te doen naar de effectiviteit, is daarbij een compliment waard. Dat zouden meer normeringen c.q. keurmerken moeten doen. De CO2-Prestatieladder is een slim bedachte combinatie van drie factoren:
- Beloning: Vanuit het voordeel bij aanbestedingen.
- Concretisering: De absolute noodzaak om doelen meetbaar te maken.
- Feedback: Terugkoppeling op de geleverde prestaties.
Eigenlijk weet iedereen wel wat de benodigde basispsychologie is om tot verandering te komen, maar het loslaten van de status quo is nu eenmaal enorm lastig. Des te meer is het een compliment waard dat een normering dit slim heeft ingebakken. Ik durf te stellen dat dit in de bouw het denken over CO2-impact de afgelopen vijftien jaar wezenlijk heeft veranderd. Het is, naast de behaalde resultaten, een belangrijke drijfveer voor innovatie. Of het nu gaat om hergebruik van materialen, andere bindmiddelen voor beton of duurzaam bouwen in het algemeen. Daarbij ligt uiteraard een belangrijke rol bij de opdrachtgever. Als je hetzelfde blijft vragen, mag je ook geen wonderen verwachten van de aanbiedende partij.
De volgende stap: verduurzaming in de zorg
De vraag is: welke sector volgt? Om in de hoek te blijven van effectiviteit, kunnen we de sectoren kiezen waar veel geld in omgaat. Geld is namelijk direct te koppelen aan duurzaamheidsimpact. Hoog tijd dus dat we kritisch gaan kijken naar de zorg. Het is bovendien een mooie kans om kosten te besparen.
Het is nu eenmaal lastig om kosten te besparen als het geld uit algemene middelen komt en een onderwerp als gezondheid heilig is verklaard. Dat dit ook een systeem is waar risico’s en resultaten worden afgewogen tegen investeringen, willen we om die reden liever niet zien.
Simpel gesteld: moet je veelal dure medicijnen (soms met een waarde van meer dan € 100 per doosje) altijd weggooien, ook al zitten ze nog in de oorspronkelijke verpakking? Hoe vaak komt het niet voor dat er onnodige medicijnen worden geslikt? Kun je daarvoor geen nieuwe waarborgen verzinnen? Omwille van het uitsluiten van risico’s is de zorgsector één van de meest vervuilende sectoren. Het meten van de effectiviteit van de zorg is daarmee direct verbonden aan duurzaamheid.
Het belang om te werken met concrete doelstellingen is cruciaal. In het stuursysteem moet je een gevoel van schaarste (en die schaarste is er echt wel) creëren om veel effectiever om te gaan met wat ons ter beschikking staat. Juist daarom hebben we professionele sturing nodig op thema’s die niet direct in euro’s zijn uit te drukken. Dan zul je bovendien merken dat kostenbesparingen en algemene belangen heel goed samengaan.
Wie doet er mee in de zorg? Wij vertellen je er graag meer over.
Onlangs organiseerde de SKAO een bijeenkomst voor adviseurs over de CO₂-Prestatieladder versie 4.0. Voor SmartTrackers was dit een uitstekend moment om te toetsen of de software-aanpassingen die wij hebben doorgevoerd, de juiste zijn.
Daarnaast werd er stilgestaan bij de belangrijkste aspecten van Ladder 4.0, die variëren afhankelijk van de trede waarop een organisatie wil certificeren. Een aantal van deze aspecten licht ik in dit artikel toe.
Vooraf is een belangrijk aandachtspunt op zijn plaats. Veel bedrijven kiezen ervoor om dit jaar nog op versie 3.1 te certificeren. Conform de overgangsregeling is dit toegestaan. Het is vanaf de tweede helft van dit jaar echter ook mogelijk om aan te besteden conform de regels van 4.0. Met name bedrijven die werken voor Rijkswaterstaat (RWS) zullen er rekening mee moeten houden dat zij tijdig overstappen op het nieuwe schema om aan de gunningseisen te blijven voldoen.
Voor alle treden geldt dat het van belang is om doelstellingen op te splitsen en op te bouwen vanuit activiteiten (en afhankelijk van de trede ook in de waardeketen en met zogenoemde OBE’s: Overige Beïnvloedbare Emissies). Deze activiteiten kunnen worden bepaald op basis van een impactanalyse. De vorm hiervan is vrij, mits deze voldoende onderbouwing biedt.
Tijdens de bijeenkomst plaatsten aanwezigen een kritische kanttekening bij de complexiteit van het doorrekenen van deze gevarieerde doelstellingen. In een spreadsheet is dit inderdaad een complexe opgave. SmartTrackers is hier echter op ingericht: het systeem faciliteert het opbouwen van doelstellingen vanuit categorieën en activiteiten. De software berekent zelf de samengestelde doelstelling, al dan niet per scope. Een doelstelling die enkel is opgesplitst per scope biedt vaak minder stuurinformatie; het zijn immers communicerende vaten. Uiteindelijk wil je kunnen bepalen hoeveel energiegebruik of CO₂-uitstoot gemoeid is met specifieke thema’s zoals mobiliteit, gebouwen of een ketenactiviteit in scope 3. Hoewel de categorie-indeling van het Greenhouse Gas Protocol (GHG-P) standaard in SmartTrackers zit, adviseren wij om vooral doelen te stellen op een indeling die fijnmazig genoeg is om daadwerkelijk op te kunnen sturen.
De methodiek van het Science Based Targets initiative (SBTi) mag uiteraard worden gebruikt voor het bepalen van doelstellingen. Binnen SBTi wordt echter soms gewerkt met minder transparante ‘compensatieposten’. Het is vaak beter om een heldere doelstelling op te bouwen op basis van concrete relatieve en absolute kentallen, gerelateerd aan de activiteiten van de organisatie (zoals ondersteund door de categoriestructuur in SmartTrackers).
Voor trede 2 en 3 is het klimaattransitieplan een sleuteldocument. Dit betekent dat voor de emissies in scope 1, 2 en 3 – inclusief de OBE’s – uitgebreid uitgewerkt dient te worden hoe men verwacht de doelen voor de middellange en lange termijn te halen. Omdat het hier om een visiedocument gaat, heeft dit plan vaak een langere houdbaarheid dan één jaar.
Het is raadzaam dit te combineren met een concreet plan van aanpak. In SmartTrackers kan dit rekenkundig worden onderbouwd door naast de doelstellingen ook de maatregelen in te voeren en deze door te rekenen op hun effect. Zo ontstaat een solide fundering voor de doelstellingen. Voor de langere termijn zal men moeten terugvallen op een visie gebaseerd op verwachte marktontwikkelingen en kansen richting een klimaatneutrale bedrijfsvoering. Voor bedrijfstakken waar een ‘nul-doelstelling’ in 2050 technisch onhaalbaar is, mag hiervan gemotiveerd worden afgeweken, mits de ambitie hoog blijft. Dit geldt echter als een uitzonderingspositie.
Een belangrijk gegeven in versie 4.0 is dat klimaatneutraliteit behaald kan worden op basis van de zogenoemde market-based doelstelling. Oftewel: het uitfaseren van fossiele brandstoffen en de inkoop van groene stroom blijven belangrijke routes. Hierbij geldt nu wel dat er óók een doelstelling voor energiereductie van toepassing is. Het terugdringen van elektriciteitsverbruik moet, waar mogelijk, zichtbaar worden gemaakt. Natuurlijk kan het totale elektraverbruik toenemen door elektrificatie van het machinepark. In dat geval kan mobiliteitsbeleid er alsnog voor zorgen dat de totale energievraag binnen de perken blijft. De doelstelling op energiebesparing is daarmee een zwaarwegend onderdeel van de nieuwe ladder.
De location-based berekening (op basis van het landelijke stroomnet) wordt binnen de ladder minder gezien als stuurmiddel en meer als een compliance-aspect, bijvoorbeeld voor aansluiting bij de CSRD-wetgeving. SmartTrackers rekent dit automatisch voor u uit. Persoonlijk zie ik location-based sturing overigens wel als een kans, bijvoorbeeld door processen zo in te richten dat er aantoonbaar meer gebruik wordt gemaakt van groene stroommomenten in de energiemix.
Het aantal certificeringen op versie 4.0 is vooralsnog beperkt. Wij zullen daarom regelmatig ervaringen delen, zodat iedereen de juiste keuzes kan maken.
Op dit moment zijn wij druk bezig met het migreren van de CO₂-omgevingen in SmartTrackers. Waar deze nu nog vaak gebaseerd zijn op een WTW-berekening (Well-to-Wheel), vraagt Ladder 4.0 om een splitsing in TTW (Tank-to-Wheel) en WTT (Well-to-Tank). Een belangrijk advies van de SKAO is om voor de bedrijfsvoetafdruk in scope 1 en 2 te sturen op het TTW-gedeelte (de directe uitstoot). Dit sluit beter aan bij het GHG-Protocol en internationale rapportagerichtlijnen. In SmartTrackers zijn beide methodieken mogelijk zodra uw omgeving is omgezet. U ontvangt persoonlijk bericht over deze migratie, inclusief aanvullende instructies.
Heeft u nu al aanvullende vragen over SmartTrackers of specifieke punten van versie 4.0 van de CO₂-Prestatieladder? Stuur uw vraag dan naar support@smarttrackers.nl.
Meer met minder, kan dat?
![]()
Door Leo Smit, oprichter van SmartTrackers
De CO2-Prestatieladder introduceert met 4.0 het begrip ‘vermeden emissies’. Sindsdien ben ik dit begrip in de praktijk aan het toetsen om te ontdekken hoe onze klanten kunnen leren een extra stap te zetten in hun duurzaamheidsprogramma.
Bij mijn bezoek aan de Nationale Conferentie Duurzame Digitalisering speelde dit onderwerp ook mee. Het was een inspirerende conferentie over hoe ICT enerzijds kan bijdragen aan de verduurzaming, en anderzijds roet in het eten gooit door de enorme toename van energiegebruik van datacenters. Ik kon uiteindelijk niet anders vaststellen dan dat de neiging om problemen op te lossen door simpelweg meer middelen in te zetten, vaak lijkt te prevaleren boven het maken van bewuste keuzes voor begrenzing en het streven naar meer doen met minder.
Deze ‘meer’-aanpak leidt weliswaar tot economische groei — een heilige koe — maar vergroot tegelijkertijd onze afhankelijkheid van landen als China, wat ons kwetsbaar kan maken. De huidige aanpak leidt in ieder geval tot hoge investeringen, een grote behoefte aan grondstoffen en elders geproduceerde producten. Dit gaat ten koste van onze zelfstandigheid en leidt tot een doodlopende weg. Zelfs als we onze welvaart weten te vergroten, gaat het uiteindelijk ten koste van ons welzijn.
Energetici spreken in dit geval van het ‘rebound effect’: zodra we een besparing door innovatie hebben gerealiseerd, wordt deze weer uitgegeven. Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van de auto. Motoren werden steeds zuiniger, met uiteindelijk elektrische aandrijving. Vervolgens werden auto’s echter ook steeds groter, zwaarder en hoger, waardoor het voordeel weer in belangrijke mate verloren ging – of erger als je naar het grondstoffenverbruik kijkt.
We kunnen ons niet loskoppelen van de wereldeconomie, maar om toekomstbestendig te blijven, moeten toch leren denken vanuit wat nodig en beschikbaar is, in plaats van vanuit wat er allemaal kan. Doen we dit niet uit eigen beweging, dan worden we daar vanzelf toe gedwongen en zal dat een enorme schokgolf geven met grote problemen als gevolg.
Om te zien dat dit proces al gaande is hoef je alleen maar het nieuws te volgen. Er is dus geen tijd te verliezen.
Doemdenken is in een land van ongekend hoge welvaart niet nodig. Graag wil ik daarom benadrukken hoeveel er allemaal wél mogelijk is om de hedendaagse uitdagingen te lijf te gaan. Waar kun je dan aan denken? De essentie zit in het efficiënter gebruiken van wat al beschikbaar is, met een grotere focus op begrenzing. Juist daardoor krijg je innovatie en creëer je de economie van morgen.
Bij deze een klein gedachtenexperiment:
- Wat als we morgen zeggen dat Nederlanders niet duizend liter brandstof, maar slechts vijfhonderd liter krijgen voor een jaar? Dan gaan ze meer samen reizen (bezetting van personenauto’s is nu gemiddeld 1,2 persoon per rit), kopen ze kleinere auto’s die echt zuinig zijn, kiezen voor elektrisch en gaan ze langzamer rijden (de benodigde energie neemt exponentieel toe met snelheid: het verschil tussen 100 en 120 km per uur is ca. 40% voor gemiddeld 5 minuten tijdswinst!).
- Wat als we zeggen dat je maar eens in de vijftien jaar een nieuwe fiets mag kopen? Dan wordt deze steeds weer gerepareerd en ben je er bovendien een stuk zuiniger op.
- Wat als ik zeg dat je de AI-bot niet onbeperkt vragen mag stellen, maar bijvoorbeeld maar vijftig per week? Dan ga je vooraf kritischer nadenken over wat echt zinvol is om op te zoeken. Of je kiest voor een bot die minder energie gebruikt waardoor je misschien wél je honderd(en) vragen kan stellen.
- Wat als ik zeg dat je geen video’s op onnodig hoge resolutie mag streamen tijdens piekuren op het elektriciteitsnet om het net te ontlasten? Hoe erg is dat?
Het spreekt voor zich dat dit soort begrenzingen niet eenvoudig zwart-wit in te regelen zijn. Echter kom je door de milieu-impact serieus mee te beprijzen best in de buurt van de hierboven wat zwart-wit gestelde afbakening. Laten we eens kijken hoe dit zou uitpakken als je kijkt naar het probleem van congestie op het elektriciteitsnet.
Hoe zorgen we ervoor dat er voor iedereen voldoende elektriciteit beschikbaar is – dus ook voor het huis dat nog gebouwd moet worden? Over de gehele dag gezien is er ruim voldoende capaciteit, maar die wordt gemiddeld slecht benut (zo’n 30% van de beschikbare transportcapaciteit). Het probleem is dus vergelijkbaar met files op de weg — te veel tegelijk op piekmomenten.
Duidelijke afspraken over opwekking, gebruik en opslag zijn uiteraard een stuk sneller, makkelijker, goedkoper en duurzamer dan het steeds weer aanleggen van extra kabels (de eerder genoemde ‘meer’-aanpak). Hoe erg is het om wat in te schikken, zodat er ergens anders veel sneller een nieuwe woning aan het elektriciteitsnet kan worden aangesloten?
Een mooi voorbeeld gaf Leo Dijkstra (IBM) in zijn voordracht: als we tien miljard zouden investeren in accupacks voor stroomopslag op wijkniveau, dan kunnen we ongeveer honderd miljard investering in infrastructuur vermijden. Gecombineerd met het uitgangspunt om bij schaarste zaken beter te verdelen, kun je dus razendsnel problemen oplossen. Daarbij is ook deze oplossing nog wel in de hoek van ‘meer’, ook al is het al een stuk slimmer dan maar kabels te blijven trekken. Door opslag te combineren met het vermijden van de piekuren, kun je uiteraard sneller en goedkoper (voor iedereen) tot het gewenste resultaat komen. Met als gevolg een stabiel netwerk voor alle (potentiële) gebruikers.
Wat soms ook vergeten wordt, is dat de miljarden die geïnvesteerd worden in het elektriciteitsnet ook zouden kunnen worden aangewend voor energiebesparing en het creëren van een nieuw marktmodel van vraag en aanbod, waardoor je überhaupt minder energie nodig hebt, danwel het net minder hoeft uit te breiden en aan te passen. Een leuk weetje is dat, ondanks de toename van elektrische auto’s en warmtepompen, het totale elektriciteitsverbruik sinds 2010 steeds net onder de 125 miljard kWh blijft. We hebben dus vooral een piekprobleem op te lossen.
Eigenlijk geldt voor alle grote vraagstukken van onze tijd dat we die alleen kunnen oplossen door wat meer in te schikken. Het is wellicht wat veel gevraagd in deze tijd van individualisme en polarisatie, maar als mensen kunnen wonen in een grote drukke stad zonder elkaar continu naar het leven te staan, dan is onze beschaving toch voldoende ontwikkeld om schaarse middelen beter te verdelen.
Wet- en regelgeving kan helpen om betere keuzes te maken, maar is nooit zaligmakend. Daarbij zie je vaak dat bij de eerste beste tegenwind, zoals bij de CSRD, er wordt gemorreld aan de doelstellingen. Juist door in Europa hoge eisen te stellen – ook aan producten uit het buitenland – kunnen we controle houden over hoe wij onze welvaart in stand willen houden. Je wilt er toch ook niet aan denken dat wereldwijde techbedrijven de standaarden bepalen voor wat er wel en niet met onze gegevens mag gebeuren en wat we voorgeschoteld krijgen qua content?
Wetgeving en normen helpen, maar hebben ook beperkingen. We verliezen daarmee soms ook het zicht op de bal. Mijn slotpleidooi is dan ook: wacht niet tot iemand je iets op gaat leggen, maar denk na over hoe je de uitdagingen waar je voor staat inherent slimmer op kan lossen, vanuit het motto: meer met minder.
Wil je de innovatieve geest optimaal prikkelen, maak dan eens de gedachtestudie om met bijvoorbeeld de helft van je beschikbare middelen een specifiek probleem op te lossen – en let dan eens op wat er aan creativiteit opborrelt.
Ik durf te stellen: succes verzekerd!
Zelf aan de slag met de CO₂-Prestatieladder? Zo doet Waterschap Noorderzijlvest het
Hoe het Waterschap met SmartTrackers moeiteloos certificeerde én daarna doorgroeide naar meer ESG-inzichten.
Voor veel organisaties lijkt het behalen van een CO₂-Prestatieladder-certificaat een ingrijpend en tijdrovend project. Vaak wordt gedacht dat externe adviesbureaus onmisbaar zijn om alle stappen te doorlopen. Maar dat kan anders.
Waterschap Noorderzijlvest bewijst dat het ook zelfstandig kan met online ondersteuning en software. In de onderstaande blog lezen jullie de ervaringen van Margit Akkerman, Adviseur Duurzaamheid & Energiecoördinator, met het gebruik met SmartTrackers.
“De SmartTrackers tool heeft mij geholpen met het opzetten en invoeren van de CO₂-Prestatieladder voor onze organisatie,” vertelt Margit. “In eerste instantie heb ik alle meters en maatregelen erin gezet. Daarna heeft vooral het assessment-deel mij goed geholpen om alle stappen te doorlopen.”
Gebruiksvriendelijke tool, directe ondersteuning
Wat opvalt is dat het Waterschap geen adviesbureau nodig had. Dankzij de duidelijke structuur van SmartTrackers en de snelle support van ons team, kon alles zelfstandig worden opgezet. En ook ná certificering blijft de tool van waarde:
“Ik gebruik de tool nu nog steeds om alle bewijzen van CO₂ jaarlijks te verzamelen en automatisch rapporten te genereren. Onze certificeringsinstantie heeft zelfs een inlog en kijkt gewoon mee.”
Vooruitlopend op nieuwe normen
Waterschap Noorderzijlvest werkt inmiddels ook aan de overstap naar het nieuwste handboek van de CO₂-Prestatieladder (versie 4.0). SmartTrackers speelt hier proactief op in:
“Voor de omzetting naar het nieuwe handboek 4.0 hebben ze al een mooie aanvulling gemaakt. Ze reageren snel op veranderingen en passen de portal daar op aan.”
Groei naar bredere ESG-aanpak
En dat is nog niet alles: doordat SmartTrackers werkt met een licentiemodel waarbij meerdere tools inbegrepen zijn, ontdekte deze organisatie nieuwe mogelijkheden.
“Wij ontdekten later dat we ook de andere tools konden gebruiken als we al een licentie hadden. We gebruiken nu ook de ISO 14001-tool om die certificering voor te bereiden.”
De ervaring van Waterschap Noorderzijlvest laat goed zien dat je als organisatie prima zelfstandig met de CO₂-Prestatieladder aan de slag kunt, zolang je maar beschikt over de juiste tools en ondersteuning. Met SmartTrackers slaagde het Waterschap er niet alleen in om soepel te certificeren, maar ook om door te groeien naar bredere ESG-inzichten. Het laat zien dat slimme software en betrokken begeleiding echt het verschil kunnen maken.
Wat zijn OBE’s en zijn ze relevant voor uw organisatie?
In januari 2025 lanceerde SKAO de CO₂-Prestatieladder 4.0, met verschillende grote veranderingen. De kernboodschap van de nieuwe norm: organisaties moeten verder kijken dan scope 1,2 en 3 wat betreft hun impact en invloed op het klimaatvraagstuk. Een van de centrale vragen is: “Wat kan mijn organisatie anders doen, zodat ergens minder CO₂ wordt uitgestoten of zelfs wordt vastgelegd?” Deze vraag vertaalt zich naar een nieuw soort emissies; de Overige Beïnvloedbare Emissies (OBE’s). Maar wat zijn deze OBE’s precies, en hoe bepaal je of deze relevant zijn voor jouw bedrijf?
De drie typen OBE’s en voor wie?
In Prestatieladder 4.0 zijn de traditionele vijf niveaus vervangen door drie tredes. Binnen deze structuur wordt van bedrijven die voor trede 2 willen certificeren verwacht dat ze een kwalitatieve inschatting maken van hun OBE’s, de relevantie ervan voor de sector, de organisatie en hoe zij de OBE’s kunnen beïnvloeden. Voor trede 3 is bovendien een kwantitatieve inschatting vereist. De OBE’s worden opgedeeld in drie categorieën.
- Biogene CO₂-emissies: Deze ontstaan bij het verbranden of oxideren van biogeen materiaal, door menselijke activiteiten. Ze hebben een kortere cyclus van enkele eeuwen, in tegenstelling tot de miljoenen jaren van fossiele brandstoffen. Biogene CO₂-emissies kunnen zowel direct optreden, als gevolg van de activiteiten van een organisatie, als indirect, binnen de waardeketen.
Voorbeeld: Het gebruik van biobrandstof (direct) of het gebruik van groene stroom uit biomassa (indirect). - CO₂-verwijdering: Hierbij wordt CO₂ uit de atmosfeer onttrokken en opgeslagen in een zogeheten CO2-sink binnen de waardeketen. Dit kan bijvoorbeeld door CO₂ op te slaan in de bodem of in materialen.
Voorbeeld: Gebruik van Olivijn op wandelpaden, een steensoort die CO₂ vastlegt, of het gebruik van hout in gebouwen. - Vermeden emissies: Dit betreft emissiereductie buiten de eigen waardeketen. Een organisatie schat hierbij het verschil in emissies tussen een maatregel en de situatie zonder die maatregel.
Voorbeeld: Het aanbrengen van energiezuinige installaties (doelgericht) of het plannen van wegwerkzaamheden zodat minder verkeer hoeft te rijden (potentieel).
Meer informatie vind je in deze blog.
De relevantie voor jouw organisatie
Omdat OBE’s een relatief nieuw onderwerp zijn, is het lastig om direct te bepalen welke relevant zijn. De relevantie hangt sterk af van de processen, producten en activiteiten van jouw organisatie. Om daarbij te helpen heeft SKAO een vragenlijst ontwikkeld, waarmee een inschatting kan worden gemaakt. Deze vragenlijst moet worden ingevuld wanneer jouw bedrijf zich wil certificeren voor trede 2 of 3.
SmartTrackers OBE Assessment
De SKAO-vragenlijst is nu beschikbaar binnen SmartTrackers Assessments. Met deze tool krijg je binnen onze applicatie snel inzicht in welke OBE’s voor jouw organisatie relevant zijn. Door de vragenlijst in SmartTrackers Assessments in te vullen, kun je eenvoudig onderbouwingen toevoegen, vragen toewijzen aan collega’s en een interne zelfbeoordeling met toelichting vastleggen.
Zodra de relevante OBE’s zijn vastgesteld, kun je ze meenemen in je kwalitatieve of kwantitatieve analyses. De tool maakt het ook eenvoudig om de relevantie periodiek opnieuw te beoordelen. Binnen een sector ontstaan er immers steeds nieuwe mogelijkheden om via producten of diensten bij te dragen aan CO₂ -reductie.
Start vandaag nog met de assessment en zet de eerste stap richting een hoge(re) certificering op de CO₂ -Prestatieladder 4.0!
OBE’s kwantitatief inzichtelijk maken in SmartTrackers
De kwantitatieve berekening van OBE’s is verplicht voor trede 3. Hieronder leggen we uit hoe dit in SmartTrackers aangepakt kan worden.
Biogene emissies
De berekening van biogene emissies voor scope 1 en 2 is relatief eenvoudig: je gebruikt een extra conversiefactor vermenigvuldigd met de al bekende hoeveelheden. SmartTrackers wordt hierop aangepast, zodat deze waarden binnenkort automatisch kunnen worden gerapporteerd.
Standaard worden deze emissies apart weergegeven, zoals vereist volgens de CO₂-Prestatieladder 4.0. Daarnaast zorgen we er ook voor dat het mogelijk is om een totale CO₂ uitstoot te berekenen, inclusief biogene emissies. Dit helpt namelijk om beter te beoordelen of biomassa daadwerkelijk een duurzame keuze is ten opzichte van fossiele brandstoffen.
Hoewel het voor tredes 1 en 2 niet verplicht is om OBE’s kwantitatief vast te leggen, maken we deze functionaliteit beschikbaar voor alle niveaus. Dit extra inzicht ondersteunt weloverwogen reductiekeuzes.
CO₂ -verwijdering
Materialen zoals olivijn, dat CO₂ vastlegt, of hout dat koolstof opslaat tijdens de levensduur van een gebouw, zijn voorbeelden van CO₂-verwijdering. Als je als organisatie weet hoeveel CO₂ per kilo of per product wordt vastgelegd, kun je dit eenvoudig registreren in SmartTrackers. Dit gebeurt via een boekhoudspecifieke negatieve emissiefactor. Deze negatieve uitstoot telt vervolgens niet mee in de totale CO₂-uitstoot of in scope 3, maar wordt apart weergegeven, eventueel samen met vermeden emissies.
Een andere vorm van CO₂-verwijdering is Carbon Capture and Storage (CCS). Hoewel deze techniek momenteel nog beperkt wordt toegepast, kan CCS in de toekomst belangrijker worden voor bijvoorbeeld asfaltcentrales, cement- of steenfabrieken. Als CCS door jouw organisatie wordt toegepast, kun je in SmartTrackers direct de hoeveelheid vastgelegde CO₂-equivalent per ton invoeren. Deze data wordt automatisch meegenomen in de visualisatie van OBE’s binnen het platform.
Vermeden emissies
Vermeden emissies zijn van de drie OBE’s het meest abstracte en creatief. Zolang goed kan worden onderbouwd hoe emissies worden vermeden, denk aan producten die langer meegaan, minder onderhoud nodig hebben, minder materiaal gebruiken of energiezuiniger zijn, kan vanuit diverse invalshoeken CO₂-besparing worden bereikt. Lees hierover meer in ons vorige blog.
Een veelvoorkomend voorbeeld van een vermeden emissie is teruggeleverde elektriciteit. Binnen SmartTrackers geef je aan hoeveel elektriciteit je terug levert aan het net. Dit wordt omgerekend naar vermeden emissies via een location-based emissiefactor voor elektriciteit, gebaseerd op de gemiddelde energiemix van een land.
Een ander voorbeeld is het gebruik van technologie of productinnovatie die elders CO₂-reductie oplevert, zoals een efficiënte warmtepomp. De emissies als gevolg van het elektriciteitsverbruik van een warmtepomp in een installatie op een productiebedrijf vallen doorgaans onder scope 3. Een dergelijke keuze vermindert niet alleen scope 3-emissies, maar kan ook kwantitatief worden onderbouwd als vermeden emissie.
Een gedetailleerde berekening van vermeden emissies kan worden gebaseerd op eigen of externe analyses, zoals een LCA (Life Cycle Assessment). Vervolgens kan in SmartTrackers een boekhoudspecifieke conversiefactor worden toegevoegd die aangeeft hoeveel emissie per geïnstalleerd product is vermeden.
Voor verdere vragen over deze vragenlijst of hoe straks de OBE’s vast te leggen ontvangen wij graag uw vragen op: support@smarttrackers.nl
De CO2-Prestatieladder 4.0: wat nu?
De CO2-Prestatieladder is al 15 jaar de meest concrete norm voor CO2-reductie en heeft zich bewezen als een betrouwbare standaard. Maar hoe kan de Prestatieladder verder worden verbeterd, en is dat gelukt met versie 4.0?
Wil je weten waar jouw organisatie staat en welke stappen nodig zijn en hoe dit werkt in combinatie met het SmartTrackers gereedschap? Bekijk de opname van ons webinar van 30 april: Webinar CO2-Prestatieladder 4.0
De visie van SmartTrackers op duurzaamheidsmetingen
Bij SmartTrackers geloven we dat het meten van duurzaamheid alleen zinvol is als het gekoppeld is aan een concrete doelstelling en een duidelijk verbeterprogramma. Onze software biedt om die reden alle benodigde functies om het proces van continue verbeteren op te kunnen volgen. Denk hierbij aan het op een flexibele manier kunnen opzetten van doelstellingen, doorrekenen van maatregelen gekoppeld aan besluitvorming voor het bepalen van een voorspellingstrend en scenario’s.
Met de komst van de CO2-Prestatieladder 4.0 verschuift de focus nog meer naar het opstellen en realiseren van een klimaat- of CO2-reductieplan wat naar onze mening perfect aansluit bij de ontwerpvisie van SmartTrackers.
Belangrijkste veranderingen in de CO2-Prestatieladder 4.0
Maar wat zijn precies de belangrijkste wijzigingen?
De nieuwe versie legt sterk de nadruk op het plannen en uitvoeren van maatregelen met een verplichting om de gestelde doelen te halen op alle treden. Voor trede 1 blijft de focus beperkt tot scope 1- en 2-emissies, maar hogere treden vereisen een bredere aanpak. Het sturen op materialiteit en de invloed in de waardeketen op basis van organisatie-activiteiten en de verbeteringen die zijn te behalen, worden nog belangrijker. In beginsel zal met een brede materialiteitsbepaling gewerkt worden.
Dieperliggende analyses zoals een MKI berekening of een levenscyclusanalyse kunnen noodzakelijk zijn om het gewenste inzicht te verkrijgen om vervolgstappen te zetten.
Overige beïnvloedbare emissies (OBE’s) en vermeden emissies
Een belangrijke toevoeging in versie 4.0 is de focus op ‘overige beïnvloedbare emissies’ (OBE’s). Dit zijn emissies die niet direct binnen scope 1, 2 of 3 vallen, maar waar een organisatie wel invloed op kan uitoefenen. Deze categorie bestaat uit:
- Biogene emissies: Dit zijn emissies die vrijkomen bij de verbranding of afbraak van biogene materialen, zoals hout, biomassa of organisch afval. Deze zijn eenvoudig te berekenen en in de loop van Q3 beschikbaar in SmartTrackers.
- Verwijderde emissies: CO2 die actief uit de atmosfeer wordt gehaald.
- Vermeden emissies: CO2-reducties buiten de directe keten, bijvoorbeeld door productinnovatie of efficiëntere processen.
Hoewel scope 1, 2 en 3 centraal blijven staan, biedt de toevoeging van OBE’s bedrijven meer mogelijkheden om de impact van de organisatie in een bredere maatschappelijke context te laten zien. Belangrijk hierbij is te benoemen dat innovatie meestal niet alleen leidt tot CO2-reductie, maar ook tot efficiëntere bedrijfsvoering en nieuwe kansen in de markt. Het los kunnen komen van GHG-P kan daarin ook ruimte bieden om na te denken over de invloed op het terugdringen van CO2-emissies in brede zin. Het kan dus zo breed zijn als het ontwikkelen van nieuwe materialen, het creëren van voorwaarden waardoor andere organisaties efficiënter kunnen werken, tot marketing die leidt tot een duurzamere keuze. Uiteraard is analyse en meetbaarheid van de effecten erg belangrijk om ‘luchtfietserij’ te voorkomen.
Op dit moment wordt bekeken hoe de verwijderde en vermeden emissies straks het beste bijgehouden kunnen worden in SmartTrackers. Daarbij geldt dat ze los en desgewenst in combinatie gerapporteerd moeten kunnen worden.
Hoe pak je dit aan?
Een succesvolle transitie naar de nieuwe CO2-Prestatieladder op trede 2 en 3 begint met een scherpe analyse van de huidige organisatie-activiteiten. In plaats van direct te focussen op cijfers, is het zinvol om eerst te onderzoeken waar de meeste impact te behalen valt. Dit geldt zeker voor bedrijven die al langere tijd data verzamelen en nu met een frisse blik naar hun marktinvloed kunnen kijken.
Mogelijke oplossingsbenaderingen kunnen ook zijn:
- Meer repareren dan vervangen – opschuiven naar een servicemodel
- Kwaliteit boven kwantiteit, gericht op een langere levensduur
- Gebruik van duurzame en gerecyclede materialen
De uitdaging: afnemers meekrijgen
Een van de grootste uitdagingen blijft het overtuigen van klanten en ketenpartners, zeker wanneer snelheid en prijs op de korte termijn vaak doorslaggevend zijn. Een harde CO2-reductiedoelstelling voor de gehele waardeketen kan het benodigde duwtje in de rug geven. De praktijk leert dat, zodra de drempel eenmaal is genomen, duurzamere oplossingen zich vanzelf bewijzen. Een mooi voorbeeld hiervan is de opkomst van duurzame energie: tien jaar geleden was het ondenkbaar dat meer dan 50% van het Nederlandse stroomverbruik uit duurzame bronnen zou komen. Vandaag is dat de realiteit, en de bijbehorende uitdagingen lossen we gaandeweg op. De creativiteit en wendbaarheid (als het moet) van de moderne samenleving laat ons wat dat betreft meestal positief verrassen.
SmartTrackers helpt je voorbereiden
De overstap naar de CO2-Prestatieladder 4.0 hoeft niet overhaast, maar eind volgend jaar moet iedereen de nieuwe norm volgen. Wacht dus niet te lang. Om de overgang soepel te laten verlopen, hebben we binnen SmartTrackers een eerste versie van een 4.0-assessment opgenomen.
JONS Civil Engineering: de eerste Ierse CO2-Prestatieladdercertificaathouder!
De CO2-Prestatieladder wordt steeds internationaler en daarmee ook onze klantenkring. Eerder dit jaar werd JONS Civil Engineering het eerste Ierse bedrijf met een CO2-Prestatieladder gecertificeerd project. We zijn trots dat we dit project hebben mogen ondersteunen!
Gestructureerd CO2-projectplan
Toen JONS de aanbesteding ontving van Transport Infrastructure Ireland voor een wegdekreparatie, zagen ze kansen om dit project zo duurzaam mogelijk in te vullen. Dit werd mogelijk door de eis om een gestructureerd CO2-projectplan op te stellen volgens de CO2-Prestatieladder.
Gevraagd naar de reden dat SmartTrackers gekozen werd ter ondersteuning van dit project, noemt Naomi Cahoon (IT & Analytics Manager JONS) de volledigheid van het systeem. Er is één systeem voor de gehele cyclus van informatieverzameling, rapportage en sturing op doelstellingen door de effecten van je CO2-reducerende maatregelen te berekenen. JONS ziet in Ierland hetzelfde gebeuren als in Nederland. Steeds meer aanbestedingen vragen om organisatiebrede CO2-reductieprogramma’s.
CO2-Prestatieladder
Wat betreft de CO2-Prestatieladder, omschrijft Barry Mathers (Contracts Director JONS) de SmartTrackers software als volgt: “Het plaatje was er al, we moesten het alleen nog inkleuren.”
JONS hecht veel waarde aan het helpen van hun klanten om zo snel mogelijk over de eerste stap van gegevensverzameling heen te komen. Zo kunnen ze zich richten op de belangrijkere taak van het verminderen van hun CO2-uitstoot. Zoals de meeste bedrijven had JONS enige vertraging in dit proces door de betrokkenheid van onderaannemers. Na het nemen van deze drempel, verliep de visualisatie van hun CO2-voetafdruk soepel en konden ze zich richten op hun CO2-reducerende maatregelen. Dit bleek een interessant proces te zijn. Door maatregelen te kwantificeren, konden ze zich richten op de grootste besparingen. Soms zijn de minst zichtbare maatregelen, zoals het verminderen van gebruik, de meest effectieve.
Effectieve maatregelen
De meest effectieve maatregelen van JONS bleken het hergebruik van de bovenlaag van het wegdek en het gebruik van HVO100 voor hun machines en dieselvoertuigen te zijn. Het totale project werd gerealiseerd met 300 ton minder CO2-uitstoot in vergelijking met conventionele wegdekherstelprojecten. De goed onderbouwde berekening en de transparantie van het SmartTrackers platform maakte het mogelijk om de audit soepel te laten verlopen.
Wij feliciteren JONS met dit succes!
Vermeden CO2-uitstoot: Wat is het en waarom is het belangrijk?
In de zoektocht naar manieren om de CO2-uitstoot wereldwijd te verminderen, komt het concept van “vermeden CO2-uitstoot” steeds vaker in beeld. Bedrijven benoemen het in duurzaamheidsrapportages en het lijkt één van de speerpunten te worden van de CO2-Prestatieladder 4.0, maar wat houdt het precies in? En hoe verhoudt het zich tot het Greenhouse Gas Protocol? In dit artikel verkennen we het idee van vermeden CO2-uitstoot, hoe het past in de huidige regelgeving, en hoe bedrijven en consumenten dit concept kunnen omarmen voor een duurzamere toekomst.
Wat is vermeden CO2-uitstoot?
Vermeden CO2-uitstoot verwijst naar het verminderen van uitstoot door veranderingen die indirect bijdragen aan lagere emissies. Je kunt hierbij denken aan:
- De verkoop van koolstofarme producten (elektrische auto’s of energiezuinige apparaten)
- Dienstverlening die bijdragen aan emissiereductie (advies binnen een project voor hernieuwbare energie)
- Investeringen in technologieën die emissies verminderen buiten de bedrijfsketen
Het betreft dus activiteiten die emissies voorkomen zonder dat ze direct binnen de controle van een bedrijf vallen. Soms wordt dit in relatie tot het GHP-protocol als een “scope 4” beschreven (een informele categorie dus). Het idee hierachter is dat vermeden emissies lastig toe te kennen zijn aan één bedrijf. De risico’s hierbij zijn dat de emissiereductie dubbel geteld wordt, of helemaal niet geteld wordt. In essentie betekent dit een uitdaging in de methodiek, terwijl samenwerking tussen verschillende organisaties in de keten essentieel is om slim te verduurzamen.
Het verband met andere CO2-regelgevingssystemen
In de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) wordt het concept van vermeden CO2-uitstoot minder duidelijk benoemd. Hier ligt de nadruk op CO2-opslag en CO2-reducerende projecten, zoals gefinancierd via carbon credits (E1-7 GHG removals and GHG mitigation projects). Dit is een bredere benadering die gericht is op het creëren van CO2-reductie, maar laat minder ruimte voor de meer abstracte vermijding van CO2-uitstoot buiten de eigen bedrijfsvoering. In de context van de CO2 Prestatieladder 4.0 wordt vermeden CO2-uitstoot een belangrijk speerpunt. Het richt zich op het sturen naar de meeste positieve impact, maar de exacte richtlijnen hiervoor worden nog ontwikkeld. Het doel is om bedrijven te helpen bij het effectief verminderen van hun CO2-uitstoot en tegelijkertijd te zorgen voor een collectieve vooruitgang.
De discussie over de noodzaak van een extra ‘scope’
Sommigen stellen dat het nodig is om een aparte scope (scope 4) toe te voegen binnen het GHG-protocol om vermeden CO2-uitstoot te kwantificeren. Vermeden CO2 is namelijk vaak moeilijker meetbaar, abstracter en moeilijker toe te kennen dan de scope 1, 2, en 3 emissies. In de praktijk zien we dit al terug. Neem bijvoorbeeld het gescheiden inzamelen van afval: wie moet de positieve effecten hiervan claimen? Is het de producent die het afval gescheiden aanlevert, de verwerker die het opnieuw gebruikt, of de partij die het uiteindelijk weer in de productieketen integreert? Dit soort discussies ontstaan vaak omdat het lastig is om de werkelijke impact van elke stap te meten en toe te rekenen. Een vrachtwagen die begrensd wordt op maximale snelheid: is dat de producent die de begrenzing mogelijk maakt of toch de transporteur die de keuze maakt tot het begrenzen van de snelheid? Het ene leidt tot het andere en je hebt meerdere stappen nodig om tot resultaat te komen.
Als je goed kijkt naar het GHG-P scope 3 dan valt veel vermeden CO2-uitstoot al in de downstream-effecten van de waardeketen. Wanneer bijvoorbeeld een bedrijf energiezuinige producten verkoopt, heeft dit direct een positieve invloed op de scope 1 of 2 uitstoot van de afnemer. In de filosofie van het GHG-protocol gaat het in scope 3 om het reduceren van de CO2-uitstoot in de waardeketen. Een goed voorbeeld hiervan is ‘upstream’ de aankoop van duurzame materialen door een aannemer, wat leidt tot een grotere productie van deze materialen en een vermindering van de productie van minder duurzame alternatieven. Evenzo kan een consument door duurzame keuzes te maken, zoals het kopen van hoogwaardige kleding, een enorme invloed uitoefenen op de productieketen van kleding. Zonder afnemers van hoogwaardig gerecycled kunststof geen verwerkende industrie.
Praktische voorbeelden
Praktische voorbeelden kunnen helpen om een beter beeld te krijgen van vermeden CO2 emissies. Een belangrijk voorbeeld is hoe een bedrijf duurzamere alternatieve kan bieden door samen te werken met klanten. Zo kon een klant van ons (een verpakkingsproducent) tot wel 30% Co2-uitstoot verminderen in de inkoop en verwerking door geen gemetalliseerd papier meer te gebruiken. Een ander voorbeeld is de samenwerking tussen een kunststofproducent en een afvalverwerker die gerecycled kunststof gebruikt om de impact van virgin materialen te verminderen. Door direct te redeneren vanuit een duurzamer eindproduct of dienst krijgt de gehele waardeketen ruimte om hier duurzaamheidsvoordeel uit te halen voor hun eigen proces. Life Cycle Analyses (LCA’s) kunnen daarin een goed richtinggevend instrument zijn, omdat hiermee vaak verder ingezoomd wordt op het gehele bedrijfsproces rondom één product of productgroep. Neem ze overigens niet te letterlijk, dat leidt weer tot dogmatische keuzes door het snapshot-effect van LCA’s. Daarover in een vervolg artikel meer.
De uitdagingen: Hoe passen we deze aanpak toe in ons huidige systeem?
Hoewel de ideeën rondom vermeden CO2-uitstoot logisch lijken, stuiten we in de praktijk vaak op economische en systeemtechnische barrières. Onze huidige consumptiecultuur en daarmee onze economie is gericht op maximaliseren, wat veelal tegen duurzame keuzes ingaat. Neem bijvoorbeeld de verschuiving van de eenvoudige fiets naar een elektrische, met een hogere CO2-uitstoot in de productie en een kortere levensduur. Het is juist op deze plekken in de productlevenscyclus waar enorme kansen liggen voor CO2-reductie. Er is een groeiende behoefte aan economische modellen die de langere levensduur van producten weer aantrekkelijker maken. Dit vereist slimme wet- en regelgeving (met de WPM als een minder slim voorbeeld) en heroverweging van de manier waarop we financiële waarde toekennen aan producten en diensten. Dit is uiteraard complex en vergt tijd. Niettemin, we hebben genoeg kansen om in overleg met ketenpartners tot een serieuze versnelling te komen.
Conclusie: Slimme acties voor grote impact
De aanpak van vermeden CO2-uitstoot biedt enorme kansen voor bedrijven en consumenten om hun impact te verkleinen. Kijk daarbij zo vrij mogelijk zonder direct in de modellen vast te gaan zitten waar nu welke besparing hoort.
Door samen te werken met ketenpartners, duurzamere alternatieven te zoeken en slimme keuzes te maken, kunnen we grote CO2-besparingen realiseren. Het draait niet altijd om de juiste vakjes in te vullen of een gedetailleerde berekening te maken. Het draait om de bredere aanpak van CO2-reductie die voor iedereen voordelen oplevert. Het motto “we kunnen meer met minder” is hierbij het uitgangspunt voor een duurzamere toekomst.
‘SmartTrackers bespaart tijd’ – interview met Hessel Poortvliet, KAM-manager bij Bussola
Bussola is een van de SmartTrackers gebruikers die gaat voor het CO2-Prestatieladder certificaat niveau 5. We vroegen Hessel Poortvliet, KAM-manager bij Bussola, waarom zij voor SmartTrackers kozen en wat zij zien als voordeel van de software.
Hoe gebruikt Bussola SmartTrackers?
‘Daarvoor moet ik eerst uitleggen wat we bij Bussola doen. We maken gebouwen en terreinen uiteindelijk woonrijp. We zorgen er samen met projectontwikkelaars voor dat bijvoorbeeld een oud fabriekspand of een braakliggend terrein weer geschikt wordt als woongebied. Wij helpen dan onder anderen bij het voorbereiden, denk dan aan grondsanering. En aan het eind bij het woonrijp maken’.
‘Wat is woonrijp maken?’
‘Dat houdt in dat we zoveel mogelijk groen en milieuvriendelijke oplossingen in de omgeving plaatsen’, legt Hessel uit, ‘Hiervoor zetten we natuurlijk groot materieel in. De uitstoot die we met al onze werkzaamheden genereren registreren we in SmartTrackers. Vervolgens vergelijken we de voorspellings- en doelstellingslijnen met elkaar. Zo zien we in één oogopslag waar we nog verder aan CO2-reductie kunnen, of eigenlijk meer ‘moeten’, werken’.
De voordelen die Bussola uit SmartTrackers haalt
‘We zien het als enorm voordeel van SmartTrackers dat er al zoveel in het systeem paraat staat voor je überhaupt begint. Veel omrekenfactoren, meters en rapporttemplates zijn er gewoon al. Zodra je wil beginnen kan dit dus zonder al te veel moeite. Je hoeft niet meer zelf uit te zoeken of je de goede omrekenfactoren wel hebt, bijvoorbeeld. Dat bespaart je gewoon tijd. Ook met het maken van rapportages kun je heel makkelijk aan de slag. Je hoeft niet meer bij concurrenten te gaan zoeken, knippen en plakken voor je eigen format. Er staat gewoon een goede, stevige basis, waardoor je je niet meer druk hoeft te maken om de triviale zaken, zoals de opmaak van grafieken en cijfers. Dat doet het systeem ook voor je’, aldus Hessel.
CO2-Prestatieladder niveau 5
Het uiteindelijke doel is om de gehele Bussola holding te laten certificeren op CO2-Prestatieladder niveau 5: ‘We willen de gehele holding aansluiten op het systeem om zo als geheel op trede 5 van de CO2-Prestatieladder gecertificeerd te worden. We hebben al drie bedrijven die op deze trede zitten. De rest willen we ook daarop laten certificeren. Maar aangezien we net weer twee nieuwe bedrijven erbij hebben, wordt dit wellicht lastiger dan gedacht.’
‘Hoe bedoel je dat?’
‘We moeten er allereerst voor zorgen dat zij ook op het SmartTrackers systeem zitten. We zijn daar heel druk mee bezig. Niet elk bedrijf heeft al een CO2-managementsysteem en soms komt daar dus meer bij kijken dan vooraf gedacht. Gelukkig gaat dat wel heel makkelijk met SmartTrackers. We kunnen de benodigde meters aanmaken en het referentiejaar bijstellen waar nodig, zodat we appels met appels blijven vergelijken. We gaan van een klein bedrijf in het systeem, naar een veel grotere constructie. Met SmartTrackers gaat dat makkelijk, maar het blijft wel een tijdsinvestering.’ Hessel geeft daarbij ook aan dat het erg fijn is dat er vanuit SmartTrackers wordt meegedacht. Wanneer nodig is er extra hulp beschikbaar als er specifieke vragen of problemen zijn waar Bussola tegenaan loopt.
Bussola en de CSRD
Op de vraag of Bussola ook al moet nadenken over de CSRD antwoordt Hessel: ‘Ja, we krijgen zeker te maken met de CSRD. We willen dit ook gaan registreren in SmartTrackers zodra de tijd komt. Als het op dezelfde manier werkt met auditen en toegang geven aan stakeholders als bij de CO2-Prestatieladder, dan is dat fantastisch. Dat zou echt enorm veel waarde creëren voor veel bedrijven. Het is een grote wetgeving waarbij heel veel komt kijken. Een praktisch en centraal systeem als SmartTrackers maakt echt het verschil in hoe moeilijk je het jezelf maakt voor het rapporteren. Met SmartTrackers maak je het jezelf veel makkelijker.’
Ook praktisch aan de slag met SmartTrackers?
Tijdens een demo laten we je het systeem zien en gaan we in op jouw vragen. Vraag er hier gratis een aan:
Interview met Mick Ellerbeck, Manager Green-transition Mediahuis: ‘SmartTrackers is als een Zwitsers zakmes’
Van bedrijven wordt tegenwoordig verwacht dat ze rapporteren over de juiste cijfers, doelstellingen en acties omtrent duurzaamheid. Steeds nieuwe regels en ingewikkelde bedrijfsstructuren maken dit er niet makkelijker op. Wij interviewden Mick Ellerbeck, Manager Green-transition bij Mediahuis, over hun ervaringen met de sustainability software van SmartTrackers die dit voor makkelijker maakt.
SmartTrackers maakt administratie overzichtelijk
Mediahuis is een uitgeverij actief in België, Nederland, Duitsland, Ierland en Luxemburg. In Nederland zijn de bekend vanwege publicaties zoals NRC, Telegraaf, Noord-Hollands Dagbladen en VROUW. Tijdens een training hoorde Mick positieve ervaringen over SmartTrackers van iemand die het gebruikte voor CO2-rapportage. In eerste instantie maakte Mediahuis voornamelijk gebruik van Excel. Al snel merkten ze dat dit niet efficiënt was. Excel werd na verloop van tijd steeds minder overzichtelijk, vooral door de toenemende hoeveelheid data. Dit was Mick’s drijfveer om te zoeken naar een systeem waarmee hij eenvoudig kon rapporteren en terugblikken op voorgaande jaren om de werkelijke impact van maatregelen te beoordelen. Hij zocht naar een systeem dat de administratie vereenvoudigde, en zo ontdekte hij SmartTrackers.
De veelzijdigheid van SmartTrackers is als een Zwitsers zakmes
Mick is erg enthousiast over de veelzijdigheid van het systeem: ‘Je kan het gebruiken voor CO2 berekeningen, zoals voor Scope 1, 2 en 3, maar ook voor CSRD en niet-financiële data. Ik vraag bijvoorbeeld alle 17 vestigingen om hun lokale data in het systeem te zetten. Daarna berekenen we alle CO2-uitstoot Die data kunnen we dan op verschillende manieren bekijken. Bijvoorbeeld per groep, per land of per vestiging, maar ook per proces. Dit is echt heel handig.’
Mick: ‘Verschillende meeteenheden zoals kilometers en mijlen maakten het voorheen een uitdaging om alles in te voeren in Excel. Daarom was er behoefte aan een overzichtelijk systeem. In jullie software kunnen continu meters worden toegevoegd. SmartTrackers verzorgt ook alle berekeningen voor je, met betrouwbare omrekenfactoren. Het is in feite een software waarin je je framework opbouwt en die vervolgens analyses en voorspellingen voor je genereert. Het fungeert als een alles-in-één softwareoplossing die analyses, voorspellingen en gegevensbeheer vereenvoudigt, terwijl het voldoet aan de beveiligingseisen van het Visma Security-programma.’
Ook overzichtelijk aan de slag zoals Mediahuis?
In een demo laten we je alles zien waar Mediahuis het over had in bovenstaand interview. In de vrijblijvende demo van 30 minuten zie je het systeem en is er alle ruimte voor het stellen van vragen. Vraag er hier een aan: