Effectiviteit van wet- en regelgeving bij duurzaamheid

Collectieve belangen zoals duurzaamheid worden niet vanzelf nagestreefd. Van oudsher sturen we dit met wet- en regelgeving en normeringen, zoals de bekende ISO-standaarden (bijvoorbeeld ISO 50001 voor energiemanagement en ISO 14001 voor milieumanagement).

Hoe effectief is dit nu eigenlijk in verhouding tot de inspanning die dit vraagt, en wat is nu de meest effectieve werkwijze? Kort door de bocht zien we dat wettelijk afgedwongen maatregelen het beste werken. Als je een bepaalde schadelijke stof niet in het milieu wilt hebben, kun je dit het beste verbieden en binnen een bepaalde industrie duidelijke afspraken maken.

In dat opzicht zijn het wereldwijd terugdringen van de gevaarlijke CFK’s om de ozonlaag te beschermen en het tegengaan van ‘zure regen’ duidelijke succesverhalen. De mens is immers innovatief genoeg om betere alternatieven te bedenken. Wie hier een positief gevoel over wil krijgen, hoeft alleen maar op te zoeken wat er de afgelopen veertig jaar is bereikt. Er is dus geen enkele reden om te denken dat we de benodigde doelen niet kunnen halen.

De hardnekkigheid van CO2-emissies en de energietransitie
CO2-emissies, oftewel de uitstoot van broeikasgassen, blijken echter hardnekkig. Dit is uiteraard in alle processen verweven en daardoor vergt het een brede betrokkenheid. Niettemin zijn ook daar enorme successen te noemen.

Als we bijvoorbeeld kijken naar de ontwikkeling van duurzame energie: in Nederland wordt nu reeds ruim 50% van de elektriciteit voorzien door duurzame bronnen. De productiekosten van duurzame energie liggen wereldwijd inmiddels veelal lager dan die van fossiele brandstoffen.

Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat dit een belangrijk keerpunt is. Ja, er zijn nog genoeg uitdagingen voor het energiesysteem om dit allemaal goed in te passen. Grofweg geldt voor Nederland dat 80% van de energievoorziening nog fossiel gedreven is, waarvan 45% uit aardgas bestaat. Dat we Russisch aardgas ingeruild hebben voor gas uit de VS maakt ons niet minder kwetsbaar. Het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen is dus niet alleen een klimaatvraagstuk, maar steeds meer een strategisch vraagstuk. Het zou standaard onderdeel moeten zijn van het risicomanagement van elke onderneming.

Succesvolle sturing met de CO2-Prestatieladder en SmartTrackers (by SureSync)
Maar wat zijn nu succesvolle instrumenten om een organisatie op het pad te zetten van het sturen op dit risico? Vanuit SmartTrackers zijn we al vijftien jaar actief met onze software om bedrijven concreet gereedschap te bieden voor hun klimaat- en energiereductieprogramma. Simpelweg omdat je grote doelen stapsgewijs moet zien te bereiken en daarop continu moet reflecteren.

Daarin wil ik niet voorbijgaan aan de rol van de CO2-Prestatieladder. Zonder de CO2-Prestatieladder was het gereedschap van SmartTrackers ook niet ontwikkeld.

Uiteraard heeft elke norm zijn mitsen en maren, maar ik ken geen instrument dat zo gericht is op het behalen van concrete resultaten. Het feit dat zij het instrument ook objectief proberen te toetsen door concreet onderzoek te doen naar de effectiviteit, is daarbij een compliment waard. Dat zouden meer normeringen c.q. keurmerken moeten doen. De CO2-Prestatieladder is een slim bedachte combinatie van drie factoren:

  1. Beloning: Vanuit het voordeel bij aanbestedingen.
  2. Concretisering: De absolute noodzaak om doelen meetbaar te maken.
  3. Feedback: Terugkoppeling op de geleverde prestaties.

Eigenlijk weet iedereen wel wat de benodigde basispsychologie is om tot verandering te komen, maar het loslaten van de status quo is nu eenmaal enorm lastig. Des te meer is het een compliment waard dat een normering dit slim heeft ingebakken. Ik durf te stellen dat dit in de bouw het denken over CO2-impact de afgelopen vijftien jaar wezenlijk heeft veranderd. Het is, naast de behaalde resultaten, een belangrijke drijfveer voor innovatie. Of het nu gaat om hergebruik van materialen, andere bindmiddelen voor beton of duurzaam bouwen in het algemeen. Daarbij ligt uiteraard een belangrijke rol bij de opdrachtgever. Als je hetzelfde blijft vragen, mag je ook geen wonderen verwachten van de aanbiedende partij.

De volgende stap: verduurzaming in de zorg
De vraag is: welke sector volgt? Om in de hoek te blijven van effectiviteit, kunnen we de sectoren kiezen waar veel geld in omgaat. Geld is namelijk direct te koppelen aan duurzaamheidsimpact. Hoog tijd dus dat we kritisch gaan kijken naar de zorg. Het is bovendien een mooie kans om kosten te besparen.

Het is nu eenmaal lastig om kosten te besparen als het geld uit algemene middelen komt en een onderwerp als gezondheid heilig is verklaard. Dat dit ook een systeem is waar risico’s en resultaten worden afgewogen tegen investeringen, willen we om die reden liever niet zien.

Simpel gesteld: moet je veelal dure medicijnen (soms met een waarde van meer dan € 100 per doosje) altijd weggooien, ook al zitten ze nog in de oorspronkelijke verpakking? Hoe vaak komt het niet voor dat er onnodige medicijnen worden geslikt? Kun je daarvoor geen nieuwe waarborgen verzinnen? Omwille van het uitsluiten van risico’s is de zorgsector één van de meest vervuilende sectoren. Het meten van de effectiviteit van de zorg is daarmee direct verbonden aan duurzaamheid.

Het belang om te werken met concrete doelstellingen is cruciaal. In het stuursysteem moet je een gevoel van schaarste (en die schaarste is er echt wel) creëren om veel effectiever om te gaan met wat ons ter beschikking staat. Juist daarom hebben we professionele sturing nodig op thema’s die niet direct in euro’s zijn uit te drukken. Dan zul je bovendien merken dat kostenbesparingen en algemene belangen heel goed samengaan.

Wie doet er mee in de zorg? Wij vertellen u er graag meer over.